Prospections

Editorial
03/12/2021


No Linear Fucking Time

 

“Dates die fast,” Raphaël told me. “We don’t care much about their temporary logic. Dates can be like the lines of hopscotch—we can jump around between them. The thing they are useful for is this: discovering the hidden order. After that they vanish. The important date is the one coming.”

But order too wears away and goes. We’re never done with our outrageous ancestors, comic paladins, lost in the savannas where we forgot them. The present endlessly increases with their defused words. Your head is overloaded with them. You fall into the maelström.

—Édouard Glissant, Mahagony

 

De boom uit de titel van Édouard Glissant’s roman Mahagony (1987) is de getuige van eeuwen van antikoloniale strijd en overleving in het Martinikaanse landschap. De eeuwenoude mahonieboom biedt onderdak aan marrons, wordt bewaarder van het collectieve geheugen, en vertelt verhalen die een periode van honderden jaren bestrijken en heen en terug bewegen door de tijd. Een schets voor een chronologische basis wordt in het begin van de roman gegeven, en er zijn terugkerende data in de verhaallijn die teruggrijpen op de koloniale geschiedenis van Martinique, maar zoals het personage Raphael opmerkt in de passage geciteerd hierboven, zijn data ‘net als lijnen bij het hinkelen – we kunnen ertussen door springen.’ Het verhaal dat hier verteld wordt laat zich enkel uiteenzetten door de chronologische orde ongedaan te maken. De mahonieboom maakt deel uit van een landschap waar voorouders hun sporen achterlieten, waar de dwarsverbanden die daar over generaties heen gevormd zijn aanvoelen als, in Glissants woorden: ‘het gemompel van de tijd dat over het land bromde.’ [1]

Deze focus van Prospections maakt op eenzelfde manier gebruik van een groot aantal temporele vormen door steeds te verschuiven in schaal en ritme. Als een belangrijk onderdeel van de tentoonstelling en het discursieve project No Linear Fucking Time (2021–2022), is de motivatie voor deze focus eveneens gegrond in het besef dat de tijdsconstructen die nu dominant zijn – tijd als een geabstraheerde, lineaire stroom, autonoom en onbesproken – een wereldbeeld promoten dat uiteindelijk wereldverwoestend is. Die tijdsconstructen dienen daarom nodig onder de loep te worden genomen. De bijdragen in deze focus van Prospections weven, net als het bredere project, verschillende ontologieën van tijd samen. Aan bod komen bijvoorbeeld begrippen als buitenlichamelijke en niet-normatieve tijdspannes, een voorouderlijk heden en pan-temporele solidariteit, en praktijken die ‘tijd terugclaimen’ door langzaamheid en onderbreking te belichamen.

Een onderliggende overeenkomst tussen deze eerste reeks bijdragen aan NLFT Prospections is de aandacht voor niet-antropocentrische tijdelijkheden. Twee nieuwe creatieve essays richten zich op entiteiten die verbonden zijn aan het menselijk bestaan, maar tegelijkertijd de tijdsgrenzen overstijgen van onze huidige lichamelijke levensduur. Kunstenaar en wetenschapper Adriana Knouf kijkt naar korstmossen inDearest Xen (Letters to Lichen)’ – de samengestelde symbionten van schimmels en algen of cyanobacteriën – als intieme partners in toekomstige samenwerking. Bezien door de lenzen van ‘xenologie’ (Knouf’s term voor de studie, analyse en ontwikkeling van het vreemde, buitenaardse en andere) en trans tijdelijkheden, onderzoekt ze manieren om te leren van, en extatisch mee te doen met, intimiteiten en uitwisselingen die verschillende organismen kruisen. Dichter en schrijver Marianne Shaneen vergelijkt steen met plastic in ‘Immortals: on the Ancient Future Lives of Stone and Plastic’, twee heel verschillende substanties die beiden biologisch leven overstijgen en zich ermee verstrengelen. Deze elementen zijn fascinerende voorbeelden van materiële duur en symbiose, waarvan de een al het leven op Aarde sinds het begin der tijden (letterlijk) ondersteunt, en de ander in toenemende mate ons leven op de planeet beïnvloedt. In een essay dat epische tijdsschalen mengt met een dystopisch heden en een nieuw-materialistische toekomst, komen steen en plastic samen als reizigers door alternatieve temporele ontologieën.

In zijn essay ‘Reclaiming Time: On Blackness and Landscape’ (voor het eerst gepubliceerd in PN Review 257 in 2021) vertelt dichter en schrijver Jason Allen-Paisant dat voordat hij begon met het schrijven van gedichten over bomen (verzameld in Thinking With Trees, uitgegeven in 2021) hij druk was geweest met het ‘schrijven van gedichten over de politie en witte agenten die Zwarte mensen vermoorden en zwarte boosheid en woede en dat soort dingen.’ Terwijl hij de voortdurende noodzaak van het schrijven in reactie op raciaal geweld erkent, beschrijft Allen-Paisant zijn meest recente werk als een uitdrukking van het terugclaimen van tijd. Hij aanschouwt koloniale geschiedenis en anti-Zwart racisme in termen van verbroken verhoudingen met het landschap en ‘de diefstal van tijd van Zwarte levens.’ Verder beschrijft hij hoe poëzie een praktijk van langzaamheid en het verdiepen van tijd kan omvatten, waardoor nieuwe vormen van verbintenissen – tussen mensen en daar voorbij – mogelijk worden.

Allen-Paisants gedicht ‘Right Now I’m Standing’ (waarvan een fragment opgenomen is in ‘Reclaiming Time’) concentreert zich op de overblijfselen van een boom in een open plek in het bos. De stam is opengespleten en deels verrot, maar er komen ook nieuwe groene bladeren en andere vormen van leven uit. ‘The raspberries feed on its breath,’ observeert hij, ‘and beetles thrive in the slurry middle / where the bole rots.’[2] Dit samenzijn van verschillende tijdsschalen en instructies kan alleen maar gevoeld worden door stil te staan en langzaam te observeren – een praktijk die Allen-Paisant doorlopend benadrukt in het gedicht.

‘Though people / look suspiciously,’ schrijft hij, ‘stand and listen           do not go anywhere.’ ‘Right Now I’m Standing’ eindigt met deze strofen:

We have been property

 

When I talk about reclaiming time

I’m just thinking about my body

standing in the middle of this woodland

          and

doing nothing    nothing

‘Living the Not-Yet,’ een gesprek met schrijver en activist Walidah Imarisha, voor het eerst gepubliceerd in Toward the Not Yet: Art as Public Practice (2021),[3] gaat ook in op vormen van het ‘terugclaimen van tijd’, door mogelijke andere werelden te verbeelden binnen deze wereld. Imarisha put uit haar werk als gevangenis abolitionist, en spreekt specifiek tot de bewegingen en ideeën die voortkomen uit de Zwarte strijd in de Verenigde Staten. Ze benadrukt het belang van het kunnen aanvoelen van ‘deze immense, pulserende, bewegende draad van bevrijding die om zichzelf heen wikkelt en krult en stroomt.’ Ze karakteriseert het lineaire tijdsconstruct als een ‘methode voor sociale controle’ en roept op tot manieren om ‘gedekoloniseerd subversief te tijdreizen’ wat de ‘bevrijdingsdromen van onze voorouders’ kan oppakken en ‘de toekomst in het heden kan trekken’.[4]

Ook eerder gepubliceerd in Toward the Not-Yet is ‘In Some Places, the Not-Yet has Long Been Already’ van kritische theoreticus en filmmaker Elizabeth A. Povinelli, dat reflecteert op het idee dat voor veel mensen – onder hen leden van het Karrabing Film Collective met wie Povinelli samenwerkte – al voor eeuwen getuige zijn geweest van de ‘catastrofe van het heden’. Terwijl de hoopvolle oriëntatie naar de horizon van het liberalisme momenteel overschaduwd wordt door de aankomende catastrofes van een complete ineenstorting van het klimaat, vertrekt Povinelli vanuit het perspectief dat de horizon van de toekomst eerder ook al niet voor iedereen oplichtte met mogelijkheden en beloftes. De voorouderlijke catastrofes van kolonialiteit en slavernij opereren in een zeer andere tijdsorde. ‘Voorouderlijke catastrofes zijn verleden en heden,’ schrijft Povinelli, ‘ze blijven groeien uit de grond die kolonialisme en racisme hebben bewerkt, in plaats van op te duiken aan de horizon van liberale vooruitgang.’[5]

We zijn ook verheugd om ‘The Clearing: Melismatic Palimpsest’ and ‘Dysfluent Waters’ opnieuw te publiceren, twee delen van kunstenaar en muzikant JJJJJerome Ellis’s veelzijdige project The Clearing – een boek uitgegeven door Wendy’s Subway en een album met dezelfde naam uitgebracht door NNA Tapes in 2021. Het project van Ellis bekritiseert uitbuitende en validistische tijdelijkheden als snelheid en efficiëntie, en gaat over Zwartheid, muziek en onvloeiendheid (dysfluency) – daaronder valt stotteren en andere vormen van niet-normatieve spraak – als ‘krachten die tijd openen.’ [6]  

‘Hoe wordt vloeiendheid veilig gesteld door onvloeiendheid?’ vraagt Ellis. ‘De twee termen lijken te suggereren dat vloeiendheid de norm is, en dat onvloeiendheid van de norm afwijkt. Maar wat als vloeiendheid ononvloeiendheid genoemd wordt? Hoe zouden we ons kunnen voorstellen dat vloeiendheid een vernauwing is van de volheid van onvloeiendheid? Wat als we onvloeiendheid paravloeiendheid noemen, als een parallelle stroom, een alternatieve stroom, een stroom die uiteindelijk in een andere richting gaat, naar een ander land, en alleen toegankelijk is via een kabbelend beekje?’[7]

Terwijl syllabische zang elke lettergreep met een enkele noot verbindt, verwijdt het melismatische lied de lettergreep door meerdere noten. Ellis kijkt naar een live opname van Aretha Franklin die Amazing Grace zingt in 1972 om na te denken over het soort bijeenkomsten die mogelijk worden door de bungelende en uitgerekte lettergreep – zoals in de ‘Aa-aa’ aan het begin van Amazing Grace. [8] ‘Ze neemt een hymne waarvan ze weet dat de meeste mensen in de kerk het zullen kennen en maakt er ruimte in,’ schrijft Ellis. ‘Ze herinnert ons eraan dat een lettergreep een kans is om te wachten, voor verwijding, voor afwijking, voor overvloed. Dit is een weerlegging van “tijd is geld”: Aretha en de congregatie verzamelen hun rijkdom om zich heen in de ruime tijd die ze voor de hymne neemt. De hymne als een paleis waar iedereen een kamer heeft.’[9]

Pig Eater, de bijdrage van Sam Keogh, stelt het script van een monoloog die eerder opgevoerd werd als onderdeel van de installatie Sated Soldier, Sated Peasant, Sated Scribe (2021) centraal. Details van collage-elementen van de installatie zijn toegevoegd aan de tekst, met tekeningen van bloemen en bezorgde cartoonklokken, geplaatst over het beeld van een Microsoft Teams kalender met uitgeknipte dagen. De kalender – uit elkaar gehaald en doorzeefd met gaten – is nu buiten werking als systeem voor het gestandaardiseerd bijhouden van tijd en bureaucratische planning, en kan gebruikt worden voor andere doeleinden. Keogh’s personage legt in de monoloog uit dat hij de uitgeknipte dagen gaat gebruiken om een onderdak te bouwen, en met de rest van de kalender maakt hij misschien wel een trellis voor de bloemen.

We komen erachter dat de bloemen allemaal getekend zijn tijdens online meetings voor werk in Microsoft Teams. ‘Het leek alsof ik notities aan het maken was,’ zegt Keogh, ‘maar dat was niet zo. Ik was mooie bloemen aan het tekenen op dun layoutpapier.’ Dit terugclaimen van tijd, vermomd als gehoorzaamheid, lijkt op het concept van ‘de pruik’ (van het Franse la perruque) van cultuurcriticus Michel de Certeau, waarbij een werknemer officieel ‘aan het werk’ is, maar hun eigen werk vermomt als werk voor de werkgever – de Certeau noemt het voorbeeld van de secretaris die een liefdesbrief schrijft tijdens ‘werktijd’. [10]

Het bloemrijke motief in Keogh’s collages kan ook in verband gebracht worden met zijn interesse in de beroemde Middeleeuwse Vlaamse wandtapijten La dame à la licorne (De dame en de eenhoorn, c. 1500, kunstenaars onbekend) en hun achtergrond van millefleur (‘duizend bloemen’), waar verscheidene plantensoorten en bloemen tegelijkertijd in bloei te zien zijn. Deze achtergrond, met seizoensfruit en bloemen die normaal gesproken alleen op bepaalde tijden van het jaar verkrijgbaar zijn allemaal tegelijk afgebeeld, tonen een anachronistische, temporeel onlogische overvloed. Keogh fantaseert dat nadat de wevers de ontwerpen voor de voorgrond van de tapijten gevolgd hadden, ze hun millefleur-velden konden improviseren, waarbij ze voorbij productieve efficiëntie en gedisciplineerde lineariteit de tijd herdachten, en er geheime boodschappen voor de toekomst in verstopten:

. . . their detailing could slow the work of the weaver to their own pace, using the flowers’ beauty as an alibi for a less strenuous production process, and this might have been a kind of premodern sabotage, siphoning as much time and money and silk out of the aristocrats who commissioned the work in the first place, to make beautiful surfaces of impossible plenty, whose emancipatory message would fly over . . . no . . . under the heads of the rich and powerful and be legible only to the dispossessed of the future.[11]

Keogh’s boodschappen voor de toekomst, net als Knouf’s boodschappen van de toekomst, en de tijdreizende, anachronistische, en door voorouders doordrenkte voorstellen in alle werken die hier samengebracht zijn, weergalmen in de initiële verbeelding van Glissant. Door naar verschillende stemmen uit meerdere tijden te luisteren, komt er misschien een duidelijkere visie van een pluralistisch bepaalde, duurzame toekomst bovendrijven.

Tenslotte (voor nu), als extra bijdrage en toevoeging aan het onderzoek in het gehele project, geven we een bibliografie uit van het onderzoeksmateriaal dat in de afgelopen anderhalf jaar gebruikt is bij het plannen van het project. Het document is samengesteld door onderzoeker Natasha Matteson, die in de verschillende stadia het project geassisteerd en geconsulteerd heeft. Er zijn trefwoorden en waar mogelijk links toegevoegd aan de selectie om deze bruikbaarder te maken. Het onderzoeksnetwerk over de politieke implicaties van tijd ontwikkelt zich snel, en we zijn continu bezig met het aanpassen van onze kennis van de ideeën die het bestrijkt. Daarom blijven we gedurende het project, en daar voorbij, bronnen toevoegen.

In maart 2022 lanceren we de tweede ronde van de NLFT Prospections focus, met als nieuwe bijdragen onder andere een essay van kunstenaar Timur Si-Qin, die schrijft over hoe de tijdelijkheden van Christelijke apocalyptische ideologieën mensen beroven van een empathische relatie met het land en elkaar; en kunstenaar en schrijver Joel Spring, die materiële geschiedenissen van schelpenheuvels van Aboriginals onderzoekt en de gewelddadige oplegging van lineaire, koloniale tijd in het land wat nu bekend staat als ‘Australië’.  Daarnaast zal Amelia Groom in gesprek gaan met Elizabeth Freeman, theoreticus van queer-tijdelijkheden en ‘erotohistoriografie’, en komt er een heruitgave van een interview met de kunstenaars en activisten van Black Quantum Futurism (Rasheedah Philips en Camae Ayewa), die inspiratie halen uit Afrofuturisme, quantummechanica, en ‘Afrodiasporische tradities van tijd en ruimte die niet in een datum op de kalender of tijd van de klok gevangen zitten.’ [12]

We willen graag onze diepste bewondering en waardering uitspreken voor iedereen die bijgedragen heeft, voor hun werk dat fuckt met de onderdrukkende regimes van tijdsextractie, beroving en onderwerping – en voor hun samenkomst, hier, op deze virtuele pagina’s.

—Rachael Rakes en Amelia Groom, november 2021

 

[1] Édouard Glissant, Mahagony, vert. Betsy Wing, (1987, repr., Lincoln, NE: University of Nebraska Press, 1997/2021), p. 6.

[2] Jason Allen-Paisant, “Right Now I’m Standing,” Thinking With Trees (Manchester: Carcenet Press, 2021), pp. 38–39.

[3] Jeanne van Heeswijk, Maria Hlavajova en Rachael Rakes, red., Toward the Not-Yet: Art as Public Practice (Utrecht en Cambridge, MA: BAK, basis voor actuele kunst en The MIT Press, 2021).

[4] Walidah Imarisha, Rachael Rakes, en Jeanne van Heeswijk, “Living the Not-Yet.”

[5] Elizabeth A. Povinelli, “In Some Places, the Not-Yet has Long Been Already.”

[6] JJJJJerome Ellis, “The clearing: Music, dysfluency, Blackness and time,” The Journal of Interdisciplinary Voice Studies 5, no. 2 (December, 2021), p. 216. Deze tekst zal opnieuw gepubliceerd worden op Prospections “No Linear Fucking Time” in maart 2022.

[7] JJJJJerome Ellis, Melismatic Palimpsest.

[8] Aretha Franklin, “Amazing Grace (Live at New Temple Missionary Baptist Church, 1972),” https://www.youtube.com/watch?v=CBKwV6oNYvw.

[9] Ellis, Melismatic Palimpsest.

[10] Michel de Certeau, The Practice of Everyday Life, vert. Steven F. Rendall (1984, repr. Berkeley, CA: University of California Press, 1998), p. 25.

[11] Sam Keogh, Pig Eater.

[12] Black Quantum Futurism (Camae Ayewa en Rasheedah Phillips), Rachael Rakes, en Jeanne van Heeswijk “Practical Futurism and the Local Otherwise,” in van Heeswijk, Hlavajova, en Rakes, red., Toward the Not-Yet, p. 81.

 

COLOFON

Redacteurs: Amelia Groom en Rachael Rakes

Hoofdredactie: Wietske Maas

Eindredactie: Aidan Wall

Correcties: Wietske Maas en Aidan Wall

Redactie-assistentie: Natasha Matteson en Lou Rosenkranz

Vertaling Engels naar Nederlands: Julia Alting

Grafisch ontwerp: LeftLoft en Sean van den Steenhoven voor LeftLoft

Steun voor de website: Babak Fakhamzadeh

Redactie: Maria Hlavajova, Wietske Maas, en Rachael Rakes

Related content