Lezing

15 november 2007

Why Dissent is Impossible in Holland

Een Russische anarchist die in de jaren negentig van de vorige eeuw naar Nederland emigreerde, zag het land aanvankelijk als een paradijs van vrijheid. Maar al snel herzag hij zijn mening, nadat hij had ervaren dat zijn pogingen tot nonconformiteit op zodanige wijze werden gekanaliseerd dat alle radicaliteit eruit wegliep. Dit voorbeeld is illustratief voor een breder punt: hoewel de Nederlanders in sommige opzichten afwijkend gedrag tolereren, hebben ze geen eigen woord voor wat in het Engels dissent—een afwijkende mening—wordt genoemd en zijn er maar weinig tradities van duurzame oppositie tegen de staat en de maatschappij. In zijn inleiding tot het thema legt James Kennedy de historische oorzaken hiervan bloot en kijkt hij in het bijzonder naar wat burgerschap in de loop der jaren heeft betekend—en naar wat het niet heeft betekend. De relatieve afwezigheid van een dissent in het Nederlandse openbare leven, met name in relatie tot immigratie en religieuze expressie, wordt besproken in de context van Kennedy’s interpretatie van het begrip ‘actief burgerschap’. Volgens Kennedy genoot Nederland vanaf het begin van de jaren zestig tot halverwege de jaren tachtig de status van gidsland—een land dat andere landen als voorbeeld kon dienen met een publiek leven dat was gebaseerd op een activistisch model van burgerschap. Maar nu Nederland deze status heeft verloren, heeft het grote moeite zijn positie te bepalen tegenover de vraag wat ‘een goede burger’ is (de zorgwekkende herhaling van het refrein ‘Kunnen moslims goede, democratische burgers zijn?’ is hiervan slechts één voorbeeld) en zelfs tegenover de vraag hoe en waar het publieke debat over de manier waarop we samenleven eigenlijk moet plaatsvinden. Als het gaat om de behoefte aan een ‘plek’ voor openbaar debat over deze kwesties en aan meningen die afwijken van de heersende consensus, kunnen kunst en wetenschap de maatschappij deze ruimte dan bieden?

In samenwerking met

suggesties uit het archief