Fellowship

Fellow 2018/2019

Patricia Kaersenhout

Geboren in Nederland maar afstammend van Surinaamse ouders, ontwikkelde beeldend kunstenaar, activist en womanist Patricia Kaersenhout een artistieke ontdekkingsreis waarin ze haar Surinaamse achtergrond in relatie tot haar opvoeding in een West-Europese cultuur onderzoekt. Haar werk roept vragen op over de bewegingen van de Afrikaanse diaspora in relatie tot feminisme, seksualiteit, racisme, en de slavernijgeschiedenis. Ze beschouwt haar kunstpraktijk als een sociale praktijk. Met haar projecten bekrachtigt ze (jonge) gekleurde mannen en vrouwen en steunt ze vrouwelijke ongedocumenteerde vluchtelingen zonder papieren. Ze is een vaste docent aan de Decolonial Summer School, Middelburg; Black Europe Summer School, Amsterdam; en aan B.E.B.O.P (Black Europe Body Politics). In 2018 rondde Kaersenhout een gemeenschapsproject af met AGA LAB, GildeLab, BYBROWN en WOW Amsterdam, allemaal gevestigd in Amsterdam, getiteld Guess Who’s Coming To Dinner Too?, 2018, een verwijzing naar Judy Chicago’s The Dinner Party, alleen ditmaal een eerbetoon aan zwarte en gekleurde vrouwen die door de West-Europese geschiedenis zijn uitgewist en vergeten. Door vergeten geschiedenissen te onthullen probeert ze waardigheid te herstellen. Ze heeft onder andere deelgenomen aan: Manifesta 12, Palermo, 2018; Prospects 4, de New Orleans Biennial, New Orleans, 2017. Haar werk wordt vertegenwoordigd door galerie Wilfried Lentz in Rotterdam.

Voor meer info klik hier.

Fellowship onderzoekstraject

Het onderzoek van beeldend kunstenaar, activist en womanist Patricia Kaersenhout richt zich op vrouwen tijdens het eerste Internationale Congres van Zwarte Schrijvers en Kunstenaars in 1956 in Parijs, de rol van vrouwen in de Négritude-beweging in het algemeen, het historische gebruik van het lichaam in protesten door zwarte vrouwen, en hedendaags activisme van jonge zwarte vrouwen. Sleutel tot dit onderzoek is de band van solidariteit tussen zwarte vrouwen, ondanks dat ze in de geschiedenis uitgewist en genegeerd werden, en het kijken naar overeenkomsten en verbindingen met de hedendaagse jongere generatie van zwarte vrouwelijke activisten. Met dit in gedachten stelt Kaersenhout de vraag: In hoeverre kunnen mensen nog steeds geïnspireerd raken door, of nieuwe bronnen van inspiratie vinden in de ideeën en het gedachtegoed van Négritude? En verder, hoe kan de esthetiek van zwarte vrouwen bijdragen aan het ontmantelen van dominante masculiene zienswijzen zonder haar authenticiteit te verliezen? En welke ogenschijnlijk onschuldige daden kunnen sleutelbegrippen van geweld en epistemische ongehoorzaamheid overbrengen? Dit onderzoek gaat in op verschillende strategieën, spreekt met jonge activisten, en eist het intellectueel eigendom van zwarte vrouwen terug.